zin: animo genoegen smaak voorliefde wens betekenis begrip gevoel gezindheid frase stemming


Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen

1.1.15

museum van verdwenen levens












een strijder voor je voeten uitgestrekt
bijna een blik haast een glimlach
hoe rijk ook de aarde
je ruikt ze niet

het is te mooi voor echt. ik schrik
als iemand zegt een taliban
dan geeft het niet

zijn weefsels zijn gebleekt als was
zijn leden brosse stokken
inwikkelen wil ik ze
met dekens dit was even
iemands kind

een beeld steriel gestold
geen stank en geen gedonder
hitte stof of gure wind
gevaar je houdt je adem in
dit is een droom 
een tunnel - daar
het licht

glazig zweef je onder water
te midden van oeroude wezens
sepiakleurig gefixeerd
in barnsteen gevangen als
een lijk in nutteloze grond
het zuivere vuur ontroofd

uitgepuurd
en nergens voel je nog het
wufte wiegen van de klaproos
graan of stoere zonnebloemen
geen soldaat omarmt
zijn stervend paard

enkel verdriet waart rond
in deze lege hal een pantheon
staart naar de open hemel
centraal het nulpunt 
waar de loodlijn zwaait
de slinger van het lot

bij een fototentoonstelling

© lieve de vos
30 december 2014

zie hier de oorlogsfoto's van Luc Delahaye

16.9.12

Verdun















het land

            Beaumont    Bezonvaux    Cumières
            Douaumont    Fleury    Haumont
            Louvemont    Ornes    Vaux ...


hoe onverschillig hoe onschuldig
zijt gij aarde? uw dorpjes zijn nu
gaten in het bos, uw velden werden
maanlandschap pokdalig van granaten
de grond geteisterd door het kruit
en toch hebt gij zijn putten vrolijk
volgezaaid met kruid, een biotoop
verstrooid van zonderlinge planten

want nog eens, nogmaals werdt gij
omgewoeld, groeven gespit
weer dichtgegooid, de strijd eenmaal voorbij
loopgraven, graven gemarkeerd
door bajonetten in de rij
hun lijken later opgedolven in
een pest van muggen en van ratten

zo plechtig defileerden vele
kisten naar het knekelhuis
een tent, barak, een monument
voor honderddertigduizenden
ach hun skeletten maar

ernaast het oninneembaar fort
waar duizenden soldaten in het donker
rokend op kruit en vlammenwerpers zaten
't bewaart zijn massagraf, een dichtgemetste gang
achter het witte kruis den toten kameraden
niet zwetsen bitte, lasst uns
in der stille schlafen





de overlevenden

ik schoot boven de koppen
propte aarde in de loop
daardoor kwam ik terug

ik nee ik kende geen pardon
wierp een granaat in die troep duitsers
sloeg er nog een de schedel in

het was een blind gericht

ik heb het overleefd dankzij
de gouden kazuivel die ik droeg
uit een verwoeste kerk
onder mijn uniform

ik was een echte patriot - en eerlijk
ik begrijp het nu niet meer
die heroïek van doden totterdood
van kinds af aan erin gedrild

het lied van on ne passe pas!
noch strijd noch mensheid schoot
een millimeter op
in stellingen verschanst
de vijand ook een sukkelaar
negeren bij het putten aan de bron


memorie

voor de soldatenmoeder: een statue
de résignation, aux héros inconnus

wees trots op je poilu!
(hij had haar op de tanden)
tombé pour ton salut

monsieur Pétain kon fraai oreren
over de helden van Verdun:
simple et sobre comme l'âme du soldat
aan beide zijden inderdaad simpele zielen
vaste et noble comme la grandeur
(grandeur?) du sacrifice, durable
impérissable!
wat niets tenslotte is

de aanval tot het uiterste
geloof in wil en maakbaarheid
want waanzin kent geen perspectief
geen inzicht maar alleen methode
erkent niet wat wordt aangericht

mens wordt bot en vlees wordt as
wat heeft hij nu aan ijdel eerbetoon
bombast, het oorlogskruis
voor le héro de Fort de Vaux:

de laatste duif, vergiftigd door het gas


© lieve de vos
16 september 2012

(foto's: Western Front Photography)


20.3.11

Jonge man in witte nis














als tenger kind uit de hemel gevallen
ingeëtst met levensangst

zijn trek over een smalle kam
waar troosttonen lokken
en wanhoop zuigt
naar de rust van diepe wouden

innerlijk prikken duizend distels
zijn hevig streven een wanklank
in een wrede wereld

hij schuurt is ongerieflijk
roept wakker schreeuwt hun nood
in die eeuw van haat en dood
geesten zwepen alom
klieven en keren om

*  *  *

in het duister van de belegerde stad
de naïeve vrijheid van het scheppen bewaard
een eiland in de hetze met
de schoonheid van geluidloze akkoorden

zijn nieuwtonendom heet brokkelig en saai
vrezen zij nog steeds de duivelse tritonus
van reine kwart tot bevrijde drieklank?

uitputtend zwemt hij aan de rand
stevent met taaie slagen
naar het midden - zijn doel
maakt tegen springtij geen kans

*  *  *

schrik heeft een opus uitgezweet
een woedend clavecimbel
tegen de monumentale pijpen
van de totale staat - het rijk
vanuit de hoogte bestookt

geliefde vernielde orgels
gieren door zijn hoofd
hij kan niet meer

*  *  *

na ijle a capella stemmen
galmt nu de leegte
het gas staat open
de angst verstikt

hoe hecht een oeuvre
van zesendertig jaren
in het teken van vrees

nog zingen jonge knapen:
zij zijn in vrede


“Want onze strijd is niet gericht tegen vlees en bloed, maar tegen de heerschappijen, de machten, de wereldheersers van de duisternis en de geesten van het kwaad in de hemelsferen” (Ef. 6,12)

“Hun afscheid wordt als onheil gerekend en hun heengaan als verderf,
maar zij zijn in vrede” (Wijsh. 3, 1-3)

“Het probleem van zijn aanstelling is inmiddels opgelost, daar Distler zelfmoord gepleegd heeft. Het gerucht gaat dat hij niet opgewassen was tegen het conflict tussen zijn christelijk-confessionele instelling en de van hem geëiste bekering tot het nationaalsocialisme. Heil Hitler!”


© lieve de vos
19 maart 2011


Beluister Hugo Distler :
Wie der Hirsch schreiet nach frischem Wasser, so schreiet, Gott, meine Seele zu dir. Meine Seele dürstet nach Gott, nach dem lebendigen Gott. Wann werde ich dahin kommen, dass ich Gottes Angesicht schaue?