
schroomvallig heb ik het water benaderd
mijn voeten ontbloot
in ontzag het betreden
met blijdschap
zoals men de liefde beroert
nog immer suist de hoorn van de meerman
de wijze die uitbarst in branding
en stormen bedaart
een kleine zeemeermin baart
zijn groene haren nu grijs
en zuigend trekt de eb aan mijn benen
ik duizel en knipper
tast naar de einder
waar alles wijkt, alles smelt
ah die onmetelijkheid
de lokzang van leegte en dood...
nu wandelen in een zonnig park
© jindoni
8 juni 2010