zin: animo genoegen smaak voorliefde wens betekenis begrip gevoel gezindheid frase stemming


15.5.11

ubi sunt – waer bestu bleven?


Foto: trois petites filles (J.-L. Hubert, 2004)

rijdt met raven over het land
de naamloze met schijngezicht
pikt meisjes wit en zwart van schil
te zuchtig is zijn lust te fel
't gekras in glanzende kastanjes
't scharrelen in vlas en stro

een flamboyante lady
spelend met haar zoete leven
en haar troetelpoppemie
zou lijden als de beesten
door woekerwerk in
schors en merg

na 't vluchten uit zijn wrede
wereld is een kleine deerne
lang en lijdzaam weggeteerd

een ander zoog de worm van binnen
tot het barstte stroomde rood
doch eerder al bezweken er
twee zusjes in de moederschoot

zijn woede schond en smoorde
twee kleine meisjes in de goot
een hart verstrikt in strakke netten
brak en hongerde zich dood

vastgeklemd de stem gedempt
gestikt vertrok semira
vastgeklonken in de modder
en gezonken omayra
oulematou stukgeschoten
met een kleine blonde maan

drieste wet niet in te schatten
spinsels webben onontward
hoe doorleefden wij de waan

meisjes lukraak van de straat
geplukt ogen leeg
niet te bezielen door
een grief of elegie
wiegen wij in poëzie

© jindoni
14 mei 2011
Meisjes II

5.5.11

Rozemarijntjesdans




















rozemarijntje
roze madeleintje
of was het marjoleintje
marie anne of margot

broertje heette constantijntje
pff dat is een stom gedicht zegt
aardje want wie wenst nu
dood te zijn als saartje?

sara sarasvati
kwam simultaan met laksmi
op de eerste meienacht
na rozenblos en appelgeur
vond zij een eglantier
met stekeltjes en botteltjes
waartoe verbeidt zij hier?

ronde reitje op de wijze
van een stille polonaise
twintig in de rij
dertig in de rozenkrans
veertig in de meisjesdans
trappelend op het manna van
de sneeuwvlokkenboom

wanneer de tuinmuur zich
met gele sterren tooit
komt elle januarikind
verblijdt de tijd met ijs-
witte camelliarozen

want alle meisjes die gaan
knielen gaan alle meisjes
die gaan knielen gaan

© jindoni
5 mei 2011
Meisjes I


          Een speelnoot vlocht, toen 't anders niet moght zijn
          een krans van roosmarijn (Vondel)

18.4.11

Grootmoe




groot als een licht
gebogen kaars
zo kende ik je
met dat weerloze boeket
van meiklokjes

het leed zorgvuldig opgevouwen
tussen gestreken lakens
getemperd door lavendel
beheerste je oude verhalen
lezend de lengte van de nachten

woorden fijn verstrooid in stiltes
het enigma van een glimlach
al splijten scherven in je buik
alleen een floers over een
voorhoofd van grijze steen

en na de glans van dwarrelend stof
en bloeiend zevenblad
de tinteling van champagne nog op de tong
zocht je je witte doodsbloes in de koffer
vervloeiden ogen in het golvende moiré

© jindoni
17 april 2011

3.4.11

Percussie




Klankbeeld (neem je tijd, vergeet het applaus)

een mosgroen poeltje in het woud
daar ving het kloppen aan
een kiem onder het oppervlak
waar in de stilte
de specht zijn holte hakt

een sperwer stoot zijn prooi
de puls gaat verder
hupt hoppelpasjes
slaat op hol
vaart uit de bocht
een verloren hart

hoor het tikken ruisen overal
zie het ritmisch rimpelen
en hoe het golft en tokt
in een ongebroken tac-
tus    -    tok    tik    tak    ...

de beek intussen
glijdt gelijkstroom voort
onder beuken dreunt de spanning
geeft zijn sporen aan
rennende reeën

gelaten bonzen aders op de poortkamer
het sein van zwakke lading
die zwelt en krimpt met de adem

nog vaag een slag slaat
dan scherp
hapert
tot het lillend
samenklapt

© jindoni
3 april 2011

20.3.11

Jonge man in witte nis














als tenger kind uit de hemel gevallen
ingeëtst met levensangst

zijn trek over een smalle kam
waar troosttonen lokken
en wanhoop zuigt
naar de rust van diepe wouden

innerlijk prikken duizend distels
zijn hevig streven een wanklank
in een wrede wereld

hij schuurt is ongerieflijk
roept wakker schreeuwt hun nood
in die eeuw van haat en dood
geesten zwepen alom
klieven en keren om

*  *  *

in het duister van de belegerde stad
de naïeve vrijheid van het scheppen bewaard
een eiland in de hetze met
de schoonheid van geluidloze akkoorden

zijn nieuwtonendom heet brokkelig en saai
vrezen zij nog steeds de duivelse tritonus
van reine kwart tot bevrijde drieklank?

uitputtend zwemt hij aan de rand
stevent met taaie slagen
naar het midden - zijn doel
maakt tegen springtij geen kans

*  *  *

schrik heeft een opus uitgezweet
een woedend clavecimbel
tegen de monumentale pijpen
van de totale staat - het rijk
vanuit de hoogte bestookt

geliefde vernielde orgels
gieren door zijn hoofd
hij kan niet meer

*  *  *

na ijle a capella stemmen
galmt nu de leegte
het gas staat open
de angst verstikt

hoe hecht een oeuvre
van zesendertig jaren
in het teken van vrees

nog zingen jonge knapen:
zij zijn in vrede


“Want onze strijd is niet gericht tegen vlees en bloed, maar tegen de heerschappijen, de machten, de wereldheersers van de duisternis en de geesten van het kwaad in de hemelsferen” (Ef. 6,12)

“Hun afscheid wordt als onheil gerekend en hun heengaan als verderf,
maar zij zijn in vrede” (Wijsh. 3, 1-3)

“Het probleem van zijn aanstelling is inmiddels opgelost, daar Distler zelfmoord gepleegd heeft. Het gerucht gaat dat hij niet opgewassen was tegen het conflict tussen zijn christelijk-confessionele instelling en de van hem geëiste bekering tot het nationaalsocialisme. Heil Hitler!”


© lieve de vos
19 maart 2011


Beluister Hugo Distler :
Wie der Hirsch schreiet nach frischem Wasser, so schreiet, Gott, meine Seele zu dir. Meine Seele dürstet nach Gott, nach dem lebendigen Gott. Wann werde ich dahin kommen, dass ich Gottes Angesicht schaue?

14.3.11

Turicum I



Schone stede zonder smet
Vroeg in de ochtend een invasie
die haar straten oorverdovend afschuimt
het regiment poetsmachines

Net en braaf, rijk en kil, arrogant en boers is deze stad
bevolkt door etalagepoppen die halsstarrig
voor zich uitkijken, naadloos
uit hun luxueuze appartementen gestuwd
zittend in zingende blauwe trams
die kurven draaien op het paradeplein
met in de ondergrond een onontgonnen mijn
van goudstaven

Als een houten schrijn drijft in de rivier
het elegante vrouwenbad uit een eerdere tijd
waarlangs de patroonheiligen Felix en Regula
snel als lage sloepen op de stroming glijden
door vlotte homojongens bemand
Dit water 's zomers het decor
van een zwemmarathon voor het hele gezin
en in de kersttijd kindercircus
op het eilandje

In de straatjes van het nederdorp
op een boogscheut van Beate Uhse
versperren twee society-dames
mij achteloos de imposante poort
van de predikerskerk - hevig zoenend

En in het steegje vind je stevig aan de ketting
een gratis te bedienen voetpomp voor je fiets
maar op vroege lichte zomeravonden
gaan alle deuren drievoudig op slot
met binnen stille scheldpartijen
op aanplakbriefjes bij het toilet
tegen al wie naast de pot pist
of het nest bevuilen durft
Bevolking beroemd voor haar burenruzies
om een in de waskeuken in de kelder
losbandig achtergelaten sok

Maar in obscure bars laten machtige mannen
zich als honden jankend afzwepen
door graatmagere meisjes in leder
met doorstoken aders
terwijl overjaarse junkies op de pleinen
verongelijkt naar een paar munten jengelen
om later met verwoeste levers
stil te creperen achter anonieme gevels
Sinds het park werd schoongeveegd
de wijk en buurt gefatsoeneerd
lichten de straten blauw

Desondanks blijft je herinnering haken
en kleeft in mijn kleren mijn huid
Little big city aan de Zurichsee
hoe wek je zo heimelijk in mij nog dit wee?

© jindoni
10 november 2009

27.2.11

Zonnewind




alsmaar wordt met bijltjes gehakt
uitgebeend met lancet en scalpel
spaanders en vezels vliegen in het rond
verstuiven onder de meedogenloze
magnetische zonnegolven
en sterren die elkaar
licht noch ogen gunnen

er wordt in modder gewenteld
de particuliere drek
vlijtig rondgespoten
eenieder tracht zich te redden
leven geest en vege lijf

ik zet me op de ruige vlakte
waar ik op eigen ademkracht
zacht en suizend uitwaaien kan
liever dan met wrakke knieën
over scherpe spitsen te lopen

raak vergeten in de leegte
waar het kleed mij liefdevol omhult
ik kan er kou en hitte worden
mij vermeien
in de smaak van hete thee
endemische en vreemde pepers vreten
men zegt zij koelen de inwendige mens
verassen weerbarstige virusnesten

straks na het snoeien ga ik weer
vertrouwde piepers planten
delf lauwe kuiltjes
trek rechte voren

© jindoni
27 februari 2011

25.2.11

De vlucht



















een dag in februari op het open veld
somber als toen, er hing geen wonder
in de lucht - de buizerd scheert laag
over, komt gewillig op de hand
het torenvalkje grilliger landt
liever op het dak

haar omgaan is bedachtzaam, met
respect, zo kenden we haar niet
ze houdt hem soeverein in toom
een roodgeveerde indiaan met felle
blik en ongenaakbaar, zij lijkt
zeker van zichzelf

wij staan er wat onwennig bij
en weer is er die dag: de eerste
kreet, haar hikjes en geluidjes
het grijpen, veilig hechten als
een diertje - en voor je 't weet
zijn twintig jaar voorbij

© jindoni
12 mei 2010


voor Kune, na nog eens tien jaar