zin: animo genoegen smaak voorliefde wens betekenis begrip gevoel gezindheid frase stemming


9.10.10

Omnes una manet nox

















de nacht is zacht van aard
zijn woorden schaars
hypnos zingt flarden van klank
verwatert kleuren
bleekt smaak en geur

sijpelend onder de schors
lekken zekerheden als melk
smelt substantie grenzen weg
zwelt en wast tot gas

de ziel leviteert zij dwaalt
door portalen van amygdalen
stroomt de brug omhoog
wervelt en wentelt in nissen
zwenkt holle oogkassen uit

demonen aan het lijf gekluisterd
weerloos als een lam
de adem gekeeld
transformeert drift tot dromen
sereen geweld, van haat ontkleed
en woede die heelt

ten laatste is onschuld gebleken
zijn zij kinderen van de chaos
lege scheepjes rusteloos warend
zoekend naar een vaderhuis

© jindoni
9 oktober 2010


*dezelfde nacht wacht ons allen (Horatius)
 

4.10.10

Een tijdloze tijd


omzwachteld met dekens
veilig geborgen
in de moederschoot
deint het denken vrij

......................................de trein is Basel voorbij
zijn chemiereuzen
hun omheinde enclaves
vliegtuigen op Mulhouse
gestadig ronkt
over eentonige sporen
de Rijnvallei

het hoofd verdwaasd
adem schaars
geen moeten meer
in a space of flows
sluimert verdoofd
noch plaats noch tijd

......................................'n late ooievaar in de wei
gedender van tunnels
door de Vogezen
scheefhangend in een
bocht van de Saar
flitst een watermolen langszij


warm het bed
op de achtergrond
een herfstmotet
dauwt de hemel neder
regenen wolken recht
je denkt
zo is het maar net

......................................lijdzaam staren
ondergaat activiteit
zonder verwachting onderweg
kom je slapend aan

en 's ochtends
weer tevreden met
je rodebeertjesmok
drink je koffie
die te bitter is voor koorts

© jindoni
4 oktober 2010

21.9.10

Citaat


"Je moet altijd de chaos kunnen blijven ruiken
anders zie je het majesteitelijke van de ordening niet."

Karel N.L. Grazell over poëzie

met dank aan Hanneke Driever

20.9.10

Na de naaste dag















morgen de reine herfst
de nacht heeft de nacht ingehaald
en de zon blijft verwonderd staan

grens- en mijlpalen zijn verdwenen
de lymfe die door onze leden stroomt
is als oude wijn geklaard

transparant de klank
van waterbellen
geruisloos als kristal

het licht sprokkelt restjes
zijne hoogheid nuttigt gul
het uitschot van vruchten

vandaag streelt rijpe warmte
onbaatzuchtig onze ogen
in de stilte tikt springzaad

© jindoni
18 september 2010


voor Ron Hoeks, 50 jaar

17.9.10

Gedichten op Krakatau


Vandaag werden twee gedichten van mij gepubliceerd in het online tijdschrift Krakatau:

Leven gaat voort en
Langueur de vivre

Op 30 juli werden al gepubliceerd:

Rantsoeneer de koffie en
Van enkels en banden

Het gedicht Menselijk tableau stond op 21 juli op Verlaine schrijversmagazine

16.9.10

Schijn en zijn




terwijl het onkruid van de morgen stil doorweekt
laat ik mijn blikken dwalen door het huis van zijn
daar ligt tussen gebroken eierschalen
alsnog een parel op een gulden blaadje
en plenty knikkers in een zilveren bokaal

onder de snippers van een oud geluksverhaal
waarin mijn hospita artisanale gnocchi maakte
secuur haar kleinste lepeltje hanteerde
drink ik gedachteloos mijn dolce latte
vergeet de velen die verzonken in het meer

ik draag bij ieder vonkje zon een rode sari
want zomer huist in 't hoofd van een geliefde
het oog wat rond hem draait de storm die ziet hij niet
ach bij de angsthaas kruipt een duivel in zijn nek
en argwaan reikt de spons met alsem en azijn

wat nieuw gewonnen is lijkt even weer volmaakt
een oude vrouw wordt venus en de man een griekse god
de kater toont hem later een medusa haar een sater
en zeg nou zelf hoe kun je van je ogen zeker zijn
voor wie geen voeling heeft helaas is alles schijn

© jindoni
16 september 2010

11.9.10

Dwaalgast










het was weer eens een gedoe
plots gestommel in onze schouw
vast geen sint of hemelbode
wat zoekt zo'n duif of kraai in godsnaam
in een schoorsteenpijp

potdikkeme alweer de kachel demonteren
zwart beroet kwam hij te voorschijn
fladderde onwillig de kamer in

ga zitten zeiden wij
je moet toch even bekomen
neem genoegen met onze nederige woonst

gehavend streek hij zijn veren glad
drapeerde de slippen van zijn pitteleer
over onze beste zetel
en monsterde ons interieur
een tikkeltje laatdunkend naar het leek

het huis was kennelijk te oud
de bewoners te koud
soms viel er een druppel van het plafond
die schoorsteen was warmer zag je hem denken

we raakten aan zijn aanwezigheid gewend
hielden zelfs van zijn verbrande geur
tot hij op een dag boos de vleugels
uitsloeg en verdween

wij weten niet in welke spelonken hij leeft
ongenaakbaar boven de wereld
maar als wandelende jood
loopt hij 's nachts door onze dromen
en als wij wuiven kijkt hij niet meer op of scheef

het zal niet meer gebeuren met die schouw
de dakwerker heeft er een plaatje op gezet
maar bij nacht en ontij soms
wij kunnen het niet laten
blijft de deur een kiertje open

© jindoni
10 september 2010

10.9.10

de nevelen van vertrek


          de tijd loopt alleen synchroon
          tussen twee atoomklokken


tot aan het moment dat mijn ogen
in een koffer met kleren vielen
woonde ze voor de meesten
ergens tussen mierlo en saturnus

altijd gedacht dat tijd zoiets
als een beschermengel of een
papegaai op je schouder was
maar ze kamde evengoed
het stof uit haar haren

als we er genoeg van hebben
vertrekken we naar de sterren
zo sprak ik toen alles pril was
en geen oorzaken de toekomst
konden omleggen

maar lichtjarenlange pauzes
zijn niet te verdragen zegt ze
en nog voor ik een zwijgend
antwoord heb gevonden zit
zij al halverwege de melkweg















© Ron Hoeks
met dank voor de toestemming