hij speelt met jonge meisjes
in zijn landerige hoofd
die op de dakrand staan, hysterisch roepend
prevelt verliefd zijn naam
een lauwerkrans van lichtjes siert hem
in de spiegel, de glans van glas
en bloemen in zijn ogen
die koel zijn als metaal
briljant en niet gesteld op twijfel
heeft hij zijn ziel verwend
is mateloos kind gebleven
verbeelding het cement van zijn brokkelige ik
pimpt zich met schijn en ideëel
verteert, heeft niets te geven
poor lonesome cowboy 's avonds
op een barkruk, rookt pedant
hij staart een blondje na, zij zoekt een ander
wie kent de diepste wens van vrouwen
hij die zoveel van hen het beste bood
nog dromen ze, zegt hij - het zijn geen fijne dromen
de jaren werden zuur, dan bitter
hij kankert, zet zichzelf te kijk
verschiet zijn pijlen in de lucht
vanuit een luizig kamertje
zijn enige en beste vriend, genaamd PC
een schare virtuele fans, tuk op zijn rariteit
de solitaire wesp: recept voor heisa en schandaal
helaas, je schrikt als je hem ziet
met zijn decorum van geslagen hond
beducht voor priemen die hem prikken
doet hij de deur niet open
zelfs als er niemand belt, nog naar hem vraagt
hij sluit het scherm, geen kreet
weerkaatst in de woestijn waar
tamme dieren zwijgen
hij heeft hen lief, zij zeggen niets terug
te goedig en naïef en wreed misbruikt,
ze vliegen af en aan, de vogels van de haat
in deze hel, de ondergrondse
de trein flitst heen, hij mist hem telkens weer
waar blijft het tijdeloos geluk
belangeloze liefde, alleen voor hem
niet weggelegd – waarom?
en wacht halsstarrig tot zij hem
te beurt zal vallen, de toverfee
die alles geeft en zelf geen wensen heeft
abrupt uit de blauwe hemel
in zijn schoot
© jindoni
25 augustus 2011