zin: animo genoegen smaak voorliefde wens betekenis begrip gevoel gezindheid frase stemming


19.1.12

wieling













wij werden niet geboren
hoe licht is het vergaan
water wolken vloeien uit
een fictie van bestaan

de vrouw staat laaiend overeind
haar gloed dooft ijlings uit
koel klinkt de avondlucht
het draaiend reuzenrad in goud en glitter
kinderen die lachen in de nacht

en zonder zien ervaren nu
hoe dit op gruis gebouwde huis
weer wegzinkt in de stroom

© jindoni
19 januari 2012

Naar aanleiding van gedichtendag 2012

5.1.12

Warme jaarwende (een Hals gedicht)



In 't putteke van de winter staan de rozen groen
en kruipen puiten padden buiten uit het bad
De wind een zomerstorm, de vogels: hey
wij hebben niets te sprokkelen, geen dorst
want kruiwagen en waterton stromen over
Het vet is van de soep - een mergpijp of
een zijdje zwoerd? wat vegetarische
foie gras? Ze vliegen lachend weg

Helaas dat zoutstrooiplan met grove korrel
voor de basiscirculatie (ook kerkhoven aan bod)
en giet geen glijbaan op de stoep, er is een megatent
want kijk, ik schaats! met pinguïns in het ijspaleis
en zuipen in de kerstkroeg tijdens 't schrapen van het ijs
Frituur, gul zijn uw frieten - een pralien? een stylo? twee?
maar: ligt de roes op de loer, denk aan veilig vervoer
vermaant 't stad, speel zeker, hoed je voor de nepagent
Geen rattenvanger meer gewenst die duurzaam kindjes hoedt?
Clown Popi klaart de klus op stelten, nee niet op glad ijs
te vroeg voor de fanfare, dus knusse après-skimuziek

Weldra tweehonderd jaren Adrien François Servais
die met zijn cello in Carraramarmer van Godebski
Zijn villa kijkt zo treurig in ons tuintje, zoekt haar verloren
park, en voor haar ogen werd een bel-etage weggeprakt
geen renovatie nee - de tijd geeft tand noch teken prijs
Hier is cultuur: zoek duivels draken wildemannen
spuwers voor het uur sculptuur, en dan de reuzen nog!
Na Vaantjesboer viert Parapluke volgend jaar zijn doop
kapellekes en carnaval – kortom: er is nog hoop

© jindoni
4 januari
2012

3.1.12

telefoongesprek



mijn zoon spreekt uit de laptop
zijn gezicht bleek door de winterzon
hoog boven de daken
hier is ruimte zat

Baltimore beneden is zwart
slobberjongen met het kruis
tussen de benen
de poes vrijt je op
ze plast in de douche
is bang op de gang

and all day my phone ringing
bling bling bling
can see my earring from
a mile bling bling


hard times in the city
fietsen is gevaarlijk
kabels bungelen over de straten
miserabel substraat
laat alle hoop varen
een ontstoken appendix
niet af te stoten

en ik, ik ben luchtziek
kan niet vliegen
wat moet ik als mijn kleinkind
in Amerika wordt geboren?

© jindoni
2 januari 2012

18.12.11

grieven tot het graf














laat je tasmaanse
duivels los, jij ouwe
ja die met zijn verkankerde tong
zijn builen drukken ogen
en tanden van hun plaats
endemisch is de haat
een beet van de varaan
vergif in onze bloedbaan

je zwarte gal, bah drink ik
al niet meer, lik ook je tranen
niet in deze fluïde wereld
hier zwalkt een menigte
botst met de stroom
haar maag draait een
tornado, hunkert duizelig
naar vaste grond

jouw wesp zij teistert nog
de laatste hete dagen
een kromme vinger wijst
de klaploper zijn klapstoel
geen zondag meer, de
zondaar naar de hel

de hemel zul jij wel
niet zien, misschien
je vader kermend
in een vager vuur

wij allemaal de hel? welnee
daar zijn we al geweest

wij zwijgen, elk
reist in zijn eigen trein
minuten denderen
nu daagt de dodenstad

© jindoni
6 oktober 2011

24.9.11

De weg naar Panormos




de mens
een zwerver
trekt 's ochtends op sandalen
langs de hete lege weg
een pelgrim zonder jakobsschelp
maar toch - de Heer
zal u bewaren

kapelletjes als staties
vastgeroest en zwart beroet
wat munten naast een dronken pit
die drijft in groene olie
en vol geschonken plastic flesjes
voor het oog der Vrouwe
de icoon - het icoon

hij stijgt omhoog de sferen in
omgeurd door den en venkel
hij met zijn hoed met brede rand
een stok tegen de honden -
laat ze blaffen

de slinger haalt hem weer
beneden de weg bezaaid
met geitenkeutels rijpe
vijgen en tot slot: hoe
rijkelijk de zee

thalassa, thalassa
ach kon je maar een duik
je ruikt er vis de katten nee
ze zijn niet meer zo mager
parakaló men schenkt je
marmelade een glas
water en tomaten
efcharisto!


© jindoni
14 september 2011

21.9.11

De treurnis van de dichter




dichter
je droomt je een zwaan
vergeten is de rat
als 's avonds een warme wind
zich strekt over de baai

de pelikaan
een witte maan
die op de rimpels drijft
tot de rat toebijt
de waterspiegel splijt

een motor brult
tegen de bergwand aan
geen mens kijkt op

alleen de kalkoen
in de olijfboomgaard
uit eerste slaap gewekt
heft - even - zijn kop

ach dichter
zo onaangedaan
verrekt de schijn
terwijl de lege maan
onstuitbaar verder trekt

© jindoni
13 september 2011

bij het gedicht: “Racine lässt sein Waffen ändern” van Günther Grass

25.8.11

De oude narcist



hij speelt met jonge meisjes
in zijn landerige hoofd
die op de dakrand staan, hysterisch roepend
prevelt verliefd zijn naam

een lauwerkrans van lichtjes siert hem
in de spiegel, de glans van glas
en bloemen in zijn ogen
die koel zijn als metaal

briljant en niet gesteld op twijfel
heeft hij zijn ziel verwend
is mateloos kind gebleven
verbeelding het cement van zijn brokkelige ik
pimpt zich met schijn en ideëel
verteert, heeft niets te geven

poor lonesome cowboy 's avonds
op een barkruk, rookt pedant
hij staart een blondje na, zij zoekt een ander
wie kent de diepste wens van vrouwen
hij die zoveel van hen het beste bood
nog dromen ze, zegt hij - het zijn geen fijne dromen

de jaren werden zuur, dan bitter
hij kankert, zet zichzelf te kijk
verschiet zijn pijlen in de lucht
vanuit een luizig kamertje
zijn enige en beste vriend, genaamd PC
een schare virtuele fans, tuk op zijn rariteit
de solitaire wesp: recept voor heisa en schandaal

helaas, je schrikt als je hem ziet
met zijn decorum van geslagen hond
beducht voor priemen die hem prikken
doet hij de deur niet open
zelfs als er niemand belt, nog naar hem vraagt

hij sluit het scherm, geen kreet
weerkaatst in de woestijn waar
tamme dieren zwijgen
hij heeft hen lief, zij zeggen niets terug

te goedig en naïef en wreed misbruikt,
ze vliegen af en aan, de vogels van de haat
in deze hel, de ondergrondse

de trein flitst heen, hij mist hem telkens weer
waar blijft het tijdeloos geluk
belangeloze liefde, alleen voor hem
niet weggelegd – waarom?

en wacht halsstarrig tot zij hem
te beurt zal vallen, de toverfee
die alles geeft en zelf geen wensen heeft
abrupt uit de blauwe hemel
in zijn schoot

© jindoni
25 augustus 2011

23.7.11

De wereld om haar as


Losjes, losjes, losjes
vliegen doen de klosjes
kinderen wikkelen zwaaien
spindelen als spoeltjes

                            van de ene kant
                            naar de andere kant
                            van de ene kant
                            naar de andere kant


jij speelt de rode eekhoorn
een trapezemeisje
in het circus

                            komt er iemand vragen
                            wie zal dat kantje dragen?
                            het liefste kind, het koningskind
                            het liefste kind van 't land



o, Helena!

vermetel eekhoorntje
zo sterk, zo fel
die sprong
kunnen wij niet meer volgen

                            sequoia's leven duizend jaar
                            muggen dansen over het moeras
                            water stroomt en wolken jagen
                            jij koestert meren
                            in de plooien van je kleed
                            en stilte
                            je slotakkoord

                            o, Helena
                            wie ist das leben
                            doch so schön!


ach, Helena
wij rijden door de nacht
de leegte golft naar onbestemde verten
daar zwijgt je heldere stem
in onze kleine uurtjes
kraait de haan

                            behold, and see
                            if there be any sorrow
                            like unto this sorrow...


je bent koud geworden
Helena

ach, Helena...


© jindoni
23 juli 2011